Praktijkvoorbeeld
Nederlandse Spoorwegen: Taal Centraal
Taal Centraal is een tentoonstelling met foto’s van mensen die op uiteenlopende plaatsen lezen. De foto’s tonen verschillende situaties. De één thuis met een boek op de bank, de ander lezend bij de bushalte of gewoon met een krant in de trein onderweg naar het werk. De tentoonstelling is tot stand gekomen door een samenwerking
met PCM Uitgevers (eigenaar van de foto’s), NS (stelt de stations beschikbaar), fotografe Chantal Spieard en Stichting Lezen & Schrijven. De reizende tentoonstelling is op 8 september 2005, Wereldalfabetiseringsdag, geopend door de voorzitter van Stichting Lezen & Schrijven, H.K.H. Prinses Laurentien der Nederlanden.
Sindsdien reist de tentoonstelling langs NS-stations door het hele land. Precies één jaar later, op 8 september 2006, wordt de tentoonstelling officieel aangeboden aan de Vereniging Openbare Bibliotheken. Deze zorgen ervoor dat een nieuwe ronde door Nederland wordt gemaakt langs een aantal bibliotheken.
NS is een essentiële schakel in de mobiliteit van Nederland. NS vervoert per dag ongeveer één miljoen reizigers in ongeveer vijfduizend treinritten via zo’n 320 stations. NS staat midden in de maatschappij. Als vervoerder, maar ook als werkgever, gebruiker van grondstoffen en eigenaar van treinmaterieel en onroerend goed. Om die reden wil NS tegemoet komen aan wensen en behoeften vanuit de samenleving.
“Nederlandse Spoorwegen vervoert dagelijks één miljoen reizigers. Inherent aan haar structuur heeft de NS heeft veel belang bij schriftelijke communicatie. Communicatie tussen vestigingen, techniek en natuurlijk de reizigers. Tijdens de Kinderboekenweek gaf Prinses Laurentien het startsein voor alle activiteiten in de treinen tijdens de feestweek. In haar functie als voorzitter van de Stichting Lezen & Schrijven vroeg zij toen ook aandacht voor laaggeletterdheid. Daarvoor had ik nog nooit van het woord gehoord. Binnen de organisatie zijn we er toen direct mee aan de slag gegaan. Workshops bijvoorbeeld voor baliemedewerkers hoe ze klanten die laaggeletterd zijn kunnen herkennen en beter kunnen helpen. En wat we ook belangrijk vinden, is naar buiten uitdragen hoe groot het probleem is. En dat je er veel aan kunt doen. We hebben ook abri’s op onze stations ter beschikking gesteld, SIRE heeft daarop een grote publiekscampagne gevoerd. Wij vinden het gewoon een stuk van onze verantwoording om dit probleem op de kaart te zetten en als het even kan uit de wereld te helpen.”
A. Meerstadt
Directeur Commercie Nederlandse Spoorwegen N.V.
Klik hier om dit interview te bekijken
